De priester


Als hij zich tot priester laat wijden
Beginnen er ook barre tijden
Geen vrouw aan zijn lijf
Dat staat buiten kijf
Want seks moet hij zien te vermijden

Het pak behoort tot het verleden
Hij mag zich slechts tonen in kleden
Wat hij ook nog mag?
Eén misje per dag
Met ouwel en heel veel gebeden

De acrobaat


Een lenig stel mensen uit Ochten
Beweegt zich in allerlei bochten
't Is net elastiek
Bij acrobatiek
Het lijkt of ze zo zijn gevlochten

Soms hangen ze hoog in de touwen
De mannen zowel als de vrouwen
Gezweef door de lucht
'n Gevaarlijke vlucht
En hopen dat hij je kan houwen

De conducteur


Wanneer u per trein wilt gaan reizen
Verschaft u zich eerst plaatsbewijzen
Dus weet u gedekt
Want dat wordt gecheckt
En anders loopt het in de prijzen

De treinbegeleider moet zorgen
Dat hij alles veilig kan borgen
Die ernstige zaak
Beschouwt hij als taak
Zo wàs het en zo is het morgen

De ponstypiste


U zult nu uw wenkbrauwen fronsen
Want wat is in hemelsnaam ponsen
Nog voor de pc
Was dit het idee
Bedacht door systeemkaartenbonzen

Voor draaiorgels en weefgetouwen
Gebruikte de ouwe getrouwen
Die kaarten allang
Het was van belang
Om machinaal data te stouwen

Er werkten toen honderden “geiten”
Met duizenden gaatjes en feiten
De giro en bank
Betuigden hun dank
Maar trouwde je, dan moest je pleite

De vinoloog


U ziet op de foto een dame
Zij gaat zich in proeven bekwamen
Ze is dol op wijn
Dus proeven is fijn
Haar hobby en vak vallen samen

Ook ik werkte jaren geleden
Met mensen die dit daaglijks deden
Want iedere fles
In 't hele proces
Is ooit door mijn handen gegleden

De smaak kon mij heus niet zo boeien
Waar ik me meer mee moest bemoeien
Was de logistiek
En de historiek
Daar mocht niemand zomaar mee knoeien

De tuinder


Hij koesterde al zijn gewassen
In kweekbakken of echte kassen
Een groente of kruid
Was daarna de buit
Dan kon hij zijn winst weer verbrassen

Als kleuter liep ik in Loosduinen
Al tussen de kassen te struinen
Het gaf altijd licht
Bijzonder gezicht
Wij hadden toen zelf nog geen tuinen

De treinmachinist


Veel jongetjes houden van treinen
Zijn dol op de sporen en seinen
Ze dromen ervan
En soms lukt het dan
Om als machinist te verschijnen

De Arend was een van de eerste
Die stomend het spoornet beheerste
Toen mee met die tocht
En daarvan genoot hij ten zeerste

De zwemleraar


Hij leerde ons zwemmen en duiken
En allerlei slagen gebruiken
De reddende haak
Benutte hij vaak
Hij hielp veel talenten ontluiken

De chloordampen moest hij verdragen
Dat stonk echt heel erg in die dagen
Ook was het nooit stil
Gejoel en gegil
Je hoorde hem echter niet klagen

De grafdelver


Er was eens een delver in Roden
Die groef een mooi graf voor de doden
Geen vrolijk karwei
Hij lacht er niet bij
Toch moesten ze onder de zoden

De olieslager


Die vakman sloeg olie uit zaden
Voor lampen en bakken en braden
De molen hielp mee
Met al wat hij dee
Intussen zong hij een ballade

Zo ging het al eeuwen geleden
In Zaanstreek en in Friese steden
Dat prachtige spul
Had restafval NUL
Daar wordt anno nu om gebeden